Je bevind je op de planeet Braxxis. Een vrij standaard imperial planeet met een klimaat dat vergelijkbaar is met de aarde. Op het noordelijk halfrond ligt de hive stad Somu, met een relatief nat en koud klimaat vergelijkbaar met halverwege Noorwegen.. Deze havenstad is een belangrijk industrieel en logistiek centrum voor de regio en miljoenen arbeiders zwoegen er dagelijks in de fabrieken en rivier- en zeehavens. Somu heeft ook een spaceport voor een directe route van de planeet af voor de vele goederen die via de stad naar andere planeten wordt verscheept.
De stad ligt als een halve maan rond de havens die de enorme inham in de zee vullen met honderden kilometers aan kades, kranen, spoorwegen en magazijnen. Achter de havens ligt brede strook habs van zo’n 20 kilometer lang en 5 kilometer breed. Hier woont 99.6% van de bevolking van Somu, waarvan het grootste deel in de havens werkt en de rest in de vele fabrieken die de aangeleverde goederen verwerken tot half-fabrikaten voor ze verder verscheept worden. De overige 0.4% van de bevolking zijn de rijken. De eigenaren van scheepsvaartmaatschapijen, havenbedrijven, spoorwegen en fabrieken en de vele handelaarsfamilies, welke allemaal elkaars rijkdom zoveel mogelijk vergroten, maar ook vooral in stand houden. Zij wonen in het ‘merchant district’, een prachtig stukje stad in de noordpunt van de halve maan die Somu is. Omringt door dikke muren, wachttorens en zwaar bewaakt door de elite Braxxin Stormguard. De rijken komen hun villa’s enkel uit om elkaar te bezoeken. Ze hebben hun eigen vliegveld om het district te verlaten en zakenreizen naar de andere steden op Braxxis te ondernemen.
Na een week in de arbeiderswijken heb je het gevoel dat er hier in Somu niemand meer te redden valt. De smalle straten worden doorkruist door een enorme hoeveelheid mensen die constant op weg zijn naar hun werk of daar net vandaan komen. De vele betonnen flats worden afgewisseld met kilometers hab-bloks die meer krotten dan huizen zijn. Overal wordt eten op straat verkocht, vaak niet identificeerbaar. Overal zijn barretjes en op elke hoek zit wel een groep zwervers of een groep havenarbeiders hun lever kapot te drinken en de lucht is constant gevult met rotzooi. Rook van de kampvuren en smog van de fabrieken en de honderden schepen en treinen die de stad doorkruisen, metaal- en plasticdeeltjes uitgestoten door de fabrieken en onbekende chemicalien die de keel en de ogen branden als je te lang over straat loopt.
Tussen al deze herrie en drukte zijn er stukken stad die vrijwel verlaten lijken. Her en der zijn er hele stukken waar bendes de wet bepalen en de arbeiders zo min mogelijk op straat komen. Drugs, gestolen goederen en alcohol worden door de bendes verhandelt, en als ze daar niet druk mee zijn dan plegen ze gewapende overvallen, beroven ze de arbeiders of vechten ze met revaliserende bendes. Sommige van de territories van de bendes bestaan uit niks anders dan leegstaande flatgebouwen gevult met prikkeldraad en barricades waarin de bendes zich verschansen, uitgebrande hab-blocks en verlaten straten. De paar mensen die er nog wonen leven er in angst of werken voor de bendes.
Elk van jullie is om uiteenlopende redenen in deze stad aangekomen. Sommigen zijn benaderd door de Inquisition, anderen zijn hier ‘toevallig’ en weer anderen zijn hier met een eigen agenda aanbeland. Toen je hier aankwam had je geen plek om te overnachten en geen contacten. Hoe het ook zit, nu ben je hier een week, en vanochtend ben je wakker geworden met een briefje in je hand:
Lookin for a flashy job?
Come to ‘The Hoof’ tomorrow evening.
