Zacht schuurde de ruwe deken tegen oude Lex zijn wang.
De hele nacht had hij het koud gehad. Nu het tegen de morgen liep begon Lex eindelijk een beetje warm te worden.
Maar veel rust zou hij niet meer krijgen, want boven hoorde Lex boer Heinen al stommelen.
Och, wat was Lex jaloers op de rijke boer. Terwijl hij kou lag te lijden op een dunne matras in de keuken, had Heinen een
bed met dikke dekens, een veren kussen en vrouw Martha om hem warm te houden in deze gure winter.
En koud was het! Normaal gespoken zou het in deze tijd van het jaar al weer prachtig weer zijn in de omgeving,
maar dit jaar was na een zonnige maand de winter weer in zijn volle hardheid terug gekomen.
boer Heinen was woedend geweest.
"Daar werk ik dan de hele dag voor!" Had hij kwaad uitgeroepen, terwijl hij een handvol dode planten door de lucht heen slingerde.
"Beginnen de planten eindelijk een beetje te groeien, Komt koning winter alles kapotmaken!"
Lex had zich met zijn oude, kreupele gewrichten zo goed en zo kwaad als het ging in veiligheid gebracht. De betrekkelijke veiligheid van zijn oude matras onder de keukentrap.
Urenlang was het geschreeuw doorgegaan, ondanks de pogingen van Lex en die arme Martha om de boze man tot bedaren te brengen.
Een harde dreun en wat gevloek deed Lex opnieuw opschrikken uit zijn gedachten. Boer Heinen was blijkbaar zijn bed al uit. Wat betekende dat Lex nog maar even had voor hij zou moeten opstaan. Ook vandaag zou hij weer met boer Heinen langs de akkers moeten lopen. Maar vandaag zou er niet veel te doen zijn. Misschien proberen wat wild te vangen in het bos, of eventueel een hek repareren. Zolang de vorst aanhield viel het land toch niet te bewerken, en tot die tijd had Lex een rustig leventje. Als het nou niet zo verdraaide koud was, zou hij van de tijd hebben kunnen genieten .
De harde dreunen boven Lexs hoofd vertelden Lex dat het tijd was, om te maken dat hij klaar stond. Snel sprong hij overeind en rende door de lange hal. Als Lex te laat zou zijn, zou boer Heinen wel een flinke scheldkanonade op hem loslaten, en mischien zelfs wel naar hem uithalen!
Lex probeerde hierom ook zo snel als zijn mankheid hem toe stond bij de voordeur te komen.
"Lex! Hierkomen!" hoorde hij de grote man al schreeuwen toen hij de gang in kwam. boer Heinen schreeuwde tegenwoordig tegen Lex. Vroeger was dat nooit nodig geweest, maar toen had Lex ook nog een goed gehoor. Nu Lex oud begon te worden, was het voor hem steeds moeilijker om zijn zijn werk te doen. Hij was zelfs wel eens bang, dat Heinen hem op straat zou zetten als hij niet zijn best deed.
Met grote bonkende passen liep boer Heinen door de gang, waarna met een luid gekraak de voordeur opensloeg.
"Verdomme! Houdt die koude ellende dan nooit op?!" Galmde het door het huis, terwijl de grote man even op de drempel halt hield.
Langs boer Heinen heen keek Lex naar buiten. Voor Lex was de winter net zo koud als voor iedereen, maar zolang hij niet hoefde te slapen kon hij wel van de winter genieten. Voor buiten lagen de met rijp bedekte akkers die bij de boerderij hoorden, allemaal omheind met een net houten hek. Aan de horizon was de helderblauwe lucht te zien, met daaronder de woudrand. Op de grote witte vlakte waren duidelijk konijnen geweest. Want in jet witte weiland waren wat paden te zien, waar konijnen zich een weg door het de dikke sneeuw hadden gebaand.
Met een beetje geluk kregen ze vandaag een konijn te pakken. Lex zag al voor zich hoe vrouwe Martha het
druipende vlees boven de stoof zou bereiden. Hij kon het konijn al bijna proeven.
"Kom je nou nog? Slome donder! " galmde het vanuit de verte. Ruw werd Lex uit zijn dagdroom geholpen.
Zo snel als hij kon hobbelde Lex achter boer Heinen aan. Hij moest gelijk met hem bij de schuur aan het einde van het erf zien aan te komen. En vandaag moest hij laten zien dat hij, op zijn oude dag nog best van nut kon zijn! Maar boer Heinen was al ver vooruit! Met zijn lange benen liep hij snel naar de oude schuur om daar zijn boog en pijlen uit te halen.
Tot.. opeens hield hij stil. Lex zag voor zich boer Heinen op zijn hielen omdraaien, de grote roestige sleutel van de schuur in zijn hand. Overtuigd dat hij er nu van langs zou krijgen voor zijn getreuzel kromp Lex onwillekeurig ineen.
Maar een reprimande bleef uit. Daarintegen boer Heinen stond naar de blauwe lucht te kijken.
Plots hoorde Lex wat boer Heinen al eerder had gehoord. Een suizend geluid boven zijn hoofd, dat snel harder werd. En tegen de tijd dat Lex had gevonden wat het geluid maakte, was het aangezwollen tot een donderend lawaai.
Een grote vuurbal vloog door de lucht! Recht op de schuur met daarvoor Heinen af!
Met een reusachtige klap, en een verblindende lichtflits sloeg de vuurbal in in de schuur.
Zo snel Lex kon liet hij zich op de grond vallen en rolde zich zo klein mogelijk op. De lichtflits die volgde was zo helder dat Lex angstvallig zijn ogen dichtkneep.
Hard suizde een drukgolf om Lex zijn magere oude lichaam. Een moment later voelde hij dat er stukken van de schuur door de lucht werden geslingerd.
Minutenlang hield Lex zich tegen de grond gedrukt, zijn ogen stevig op elkaar geknepen. Te bang om te kijken.
Toen Lex na een paar minuten, bibberend van angst, zijn ogen weer opendeed was het beeld van boer Heinen voor de scheur, met die sleutel in zijn hand verdwenen.
In plaats daarvan zag Lex een ondiepe kuil in de grond, waaruit een dikke rook opsteeg, die scherp in zijn neus drong. Van boer Heinen was niets meer te bekennen.
Net toen Lex dacht dat alles weer veilig was, hoorde hij boven zich opnieuw een zacht gesuis, dat langzaam harder werd. In de verte zag Lex een reusachtige felle vuurbol naderen, nog veel groter dan de eerste. Dit werd hem toch te veel en zo snel als hij kon maakte hij zich uit de voeten.
Met zijn staart tussen zijn poten schoot de oude schaapshond tussen de hekken door het weiland in.
Waarna hij aan de horizon in het bos verdween.
